T: 010-4508023

De verf aanbrengen

Na een juiste voorbehandeling is het oppervlak klaar om geschilderd te worden. Voordat u de verf daadwerkelijk kan gaan aanbrengen, is het verstandig om aandacht te besteden aan een goede werkomgeving. Wanneer de verf vakkundig en onder de juiste omstandigheden aangebracht wordt, ontstaat er een duurzaam verfsysteem die de gewenste prestaties zal leveren. Relatieve luchtvochtigheid en de temperatuur bij het aanbrengen en drogen van de verflaag zijn bepalende factoren en kunnen de duurzaamheid beïnvloedden.

De verf kan op verschillende manieren aangebracht worden; met behulp van een spuitinstallatie, kwast en/of roller. In de scheepvaart komt applicatie met de kwast en roller het meest voor, daarom willen we ons hiertoe beperken wat betreft de adviezen.

Voor specifieke vragen kunt u gerust contact met ons opnemen.

 

Werkomgeving

Allereerst moet het te behandelen oppervlak droog en gereinigd zijn (vet, vuil, olie, roest en stofvrij). Ga naar Een juiste voorbehandeling voor adviezen en informatie over hoe u het beste het oppervlak kunt voorbehandelen.

Een ideale werkomgeving voor het aanbrengen van de verf voldoet aan de onderstaande punten:

    Weersomstandigheden:
    •   Er staat niet te veel wind;
    • Het gaat niet regenen (check buienradar.nl);
    • Het is niet te koud (zie verwerkingstemperaturen op de documentatiebladen van de producten);
    • Het te schilderen oppervlak staat niet in het volle zonlicht;

 

Klik hier voor een overzicht voor de goede condities tijdens verwerking en droging.

Het is belangrijk dat de temperatuur van de verf, de omgeving en het oppervlak geen grote verschillen heeft. Dit kan de verwerking nadelig beïnvloedden. Bij verwerking onder lage temperaturen zal de droging/ doorharding langer duren. Daarnaast wordt de verf dikker en daardoor lastiger aan te brengen.

    Luchtvochtigheid:
                  De temperatuur van het oppervlak dient 3 °C boven het dauwpunt te liggen. Bijvoorbeeld bij het schilderen op koudere dagen kan er condensvorming ontstaan door warme luchtstromingen, zoals het uitademen. Na het aanbrengen kan er vocht op de nog niet droge verflaag trekken, waardoor deze dof uitslaat (vooral bij twee-componenten lakken zijn hier gevoelig voor). Over het algemeen is het belangrijk dat het dauwpunt onder de 85% blijft.
     

Klik hier voor de dauwpunttest

    Ventilatie:
                  Wanneer u gaat schilderen in een gesloten ruimte, bijvoorbeeld een machinekamer of piek, is het belangrijk dat er voldoende ventilatie is. Onvoldoende ventilatie kan 1. schadelijk voor uw gezondheid zijn en 2. het droogproces vertragen. U kunt eenvoudig voor ventilatie zorgen door een luik open te zetten of door een ventilator/ afzuiger aan te sluiten in de ruimte. Het is hierbij belangrijk dat er frisse lucht wordt aangetrokken en vervolgens weer wordt afgevoerd.

 

Wanneer u twijfelt aan de bovenstaande criteria is het verstandig het schilderwerk uit te stellen. Op een lokaal weerstation kunt u de minimale- en maximale temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en dauwpunt bekijken.

Na de verwerking heeft de aangebrachte verflaag voldoende tijd nodig om te drogen en door te harden. Ga van tevoren na of deze tijd beschikbaar is.

 

Verdunnen en additieven

In de documentatiebladen van de verfproducten is een voorgeschreven verdunningspercentage te vinden. Wij adviseren u om deze percentages in acht te nemen. Door te veel te verdunnen wordt er te weinig laagdikte opgebracht, waardoor de verflaag te weinig bescherming biedt. Ook is de kans op zakkers groter en kan het leiden tot glansverlies. Verder is het belangrijk om de voorgeschreven verdunningen te gebruiken. De verwerkingstemperatuur heeft invloed op de mate waarin verdund moet worden.  

Het gebruik van verftoevoegingen (additieven) zoals owatrol of petroleum kunnen de verfeigenschappen verstoren. Zo kunnen vloeiing, hardheid, droging, kleurvastheid en glans van de verf verstoord worden, wat veelal niet uw bedoeling is. Vroeger kwam het nog wel eens voor dat men bijvoorbeeld owatrol aan de verf toevoegde als roestwerend middel. Tegenwoordig zijn de verfsoorten meer doorontwikkeld, zodat dit eigenlijk niet meer nodig is. Daarom adviseren wij u in eerste instantie om dergelijke toevoegingen te vermijden. Bovendien geven de meeste verffabrikanten geen garantie voor het gebruik van buitengewone additieven.

 

Roeren/ mixen

Voordat u de verf aanbrengt is het belangrijk de verf goed te roeren/ mixen. Roer op een manier die de verf van onder naar boven werkt, zodat eventuele afgezette bestanddelen goed met de verf worden vermengd. Ook bij kleurlakken is het belangrijk goed te roeren. Dit voorkomt kleurverschil in het schilderwerk op hetzelfde oppervlak. Bij twee-componenten producten moeten de twee delen goed met elkaar worden vermengd. Indien nodig kan hierna nog verdunning worden toegevoegd.

 

Verwerken

Het aanbrengen van een te hoge laagdikte in één keer kan doordrogingsproblemen of schroeien van de verf veroorzaken. Zeker op liggende delen kan zich dit voordoen, omdat de verf zich daar moeilijk kan verspreiden (door zakkers bijvoorbeeld). Wanneer u een hoge laagdikte wenst is het verstandiger om dit met intervallen te doen. Om het mooiste en beste resultaat te bereiken is het belangrijk dat de verf goed wordt verdeeld bij het aanbrengen. Breng de verf diagonaal op en verdeel deze vervolgens gelijkmatig over het oppervlak. Hierna kunt u de het vlak afrollen of afstrijken. Wanneer u dit proces goed beheerst hoeft u niets meer te corrigeren, zodat de verf goed vloeit en strak wordt. Het systematisch werken (in vakken) zorgt dat de verf goed in elkaar overloopt en er geen aandroogplekken ontstaan.

 

De verf met de kwast aanbrengen

Wanneer u de verf met de kwast gaat aanbrengen is het belangrijk dat u de juiste kwast gebruikt voor het type verf. Met name bij twee-componenten producten is dit belangrijk in verband met kwastharen die loslaten. Verder is het belangrijk dat u vooraf bepaald hoeveel laagdikte u wilt aanbrengen. Over het algemeen brengt u met een kwast alleen een hogere laagdikte op dan met een roller.

Kwasten zijn verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten. Vaak worden voor de primer of tussenlaag de goedkopere/ wegwerp kwasten gebruikt. Voor de eindlaag of aflak is een kwalitatievere kwast gebruikelijk. Deze kwasten worden vaak meerdere keren gebruikt, omdat ze dan minder haren verliezen. Een platte kwast kan ook gebruikt worden om, na het aanbrengen van de verf met een roller, het oppervlak na te strijken.

Hieronder staan afbeeldingen en namen van voorkomende kwasten in de scheepvaart:

      Ronde kwast      Platte kwast     Penseel      Radiatorkwast      Bokkepoot
     
               

De verf met de roller aanbrengen

Rollers kunnen goed gebruikt worden bij vlakke oppervlakken. Rollen gaat over het algemeen sneller dan kwasten, maar in de praktijk worden ze vaak tegelijk gebruikt. De kwast voor de hoekjes, lasnaden en het afzetwerk. De roller voor de grotere oppervlakken. Het voordeel van een roller is dat u de verf goed gelijkmatig kan verdelen. Wanneer u de verf met een roller gaat aanbrengen is het belangrijk dat u het juiste type rollers gebruikt voor het verfsoort. Met name bij twee-componenten producten is dit belangrijk in verband met haren die loslaten of oplossen in de verf. Verder moet er bij het rollen worden gelet op de laagdikte die wordt opgebracht. Daarom moet de roller regelmatig worden ingedompeld in de verfrolbak.

In de scheepvaart worden de volgende rollers vaak gebruikt:

        Schuimrol       Lakviltrol       Nylonrol       Vachtrol 
                   
               

 

Relevante pagina’s

  -   Veelgestelde vragen »
  -   Voorkomende problemen »
  -  Een juiste voorbehandeling » 
  - De juiste coating »
  - Verfsystemen »
  - Advies en Inspecties »
[profiler]
Memory usage: real: 9961472, emalloc: 9587136
Code ProfilerTimeCntEmallocRealMem